24
apr
2017
0
Vooroordeel

7 vooroordelen over doctoreren

Er wordt heel wat beweerd over het proces dat doctoreren heet. Voordat ik aan mijn doctoraat begon hoorde ik al verschillende waarschuwingen en zogenaamde feitelijkheden, en ook nu word ik af en toe geconfronteerd met bedenkelijke uitspraken. Zoals bij elke job, bestaan er ook rond doctoreren verschillende vooroordelen. En hoe kan je beter weten hoe het er echt aan toegaat dan het te horen van iemand die het zelf ondervindt? Huiver en gniffel mee met de meest gehoorde vooroordelen.

1. Het is gegarandeerd heel eenzaam

“Ik zou niet graag aan een doctoraat werken hoor. Elke dag alleen voor je computer doorbrengen, geen sociaal contact hebben, en in je eentje gedachtecirkels maken.”

Meer genuanceerd: de mate van sociale interactie hangt voor een groot stuk af van het veld en het thema waarbinnen je doctoreert. Je kan inderdaad op een individuele manier aan een doctoraat werken, en af en toe eens met je promoten van gedachten wisselen. Maar het is ook mogelijk dat je binnen een groter project aan een doctoraat werkt, en heel vaak moet samenwerken met anderen. Een doctoraat blijft wel altijd voor een stuk individueel, omdat er verwacht wordt dat je een eigen proefschrift aflevert. Maar individueel staat niet gelijk aan eenzaam. Zelfs als je binnen je doctoraatsthema niet veel interactie hebt met andere onderzoekers, kan je nog steeds veel sociaal contact hebben met je collega-onderzoekers. Je kan dan misschien niet diep ingaan op je thema, maar de algemene kenmerken van het doctoreren zorgen toch voor voldoende raakvlakken om je toch verbonden te kunnen voelen met anderen. Een doctoraat kan voor sommigen eenzaam zijn, maar het is zeker geen inherent kenmerk aan doctoreren.

2. Je moet een slechte kledingsmaak hebben

 “Op de universiteit werken… daar moet je toch een beetje alternatief voor zijn. Al die vreemde snuiters met hun slechte kledingsmaak die daar rondlopen… ik zou me daar niet thuis voelen.”

Meer genuanceerd: een academische omgeving hecht veel belang aan de inhoud, en niet zozeer aan de verpakking van een persoon. Dit vind ik net heel bevrijdend. Je hoeft niet te conformeren aan bepaalde trends of aan een extern opgelegd ideaal om er toch volledig bij te horen. Je mag volgens de laatste mode gekleed gaan, maar het hoeft niet. En dat vind ik prima zo! Het beeld dat iedereen als een kluizenaar achter zijn bureau gekluisterd zit klopt overigens helemaal niet. Geloof je niet dat je ook een doctoraat in stijl kunt halen? Darling, look at my heels.

3. Het is niet te combineren met een relatie

“Oei, ga je doctoreren? Je weet toch dat je relatie daaraan kapot zal gaan… Ik ken koppel X, en zij zijn uit elkaar gegaan tijdens haar doctoraat. En voor koppel Y is het doctoraat uitgedraaid op een scheiding.”

Meer genuanceerd: het klopt dat een doctoraat kan wegen op je relatie. Het organiseren van een trouw kan ook wegen op je relatie, het krijgen van een kind kan wegen op je relatie, het (ver)bouwen van een huis kan wegen op een relatie,… Alles wat een beetje inspanning en organisatie vraagt kan wegen op je relatie. En ja, sommige koppels gaan uiteen in de periode dat één van de partners aan een doctoraat werkt. En heel veel koppels gaan uiteen zonder dat iemand aan een doctoraat werkt. Sommige periodes in het doctoraat zijn extra zwaar, en dat is niet altijd leuk voor je partner. Je werkt tot laat door, en je kan al eens een diepe zucht slaken. Maar is dat niet bij veel dingen zo? De periode van mijn doctoraat was tot nu toe een wondermooie periode voor mijn relatie. We kochten samen een appartement, waren een paar maanden later verloofd, en ondertussen kunnen we terugblikken op een memorabele huwelijksdag. We maakten veel mooie reizen, groeiden nog meer naar elkaar toe, en steunden mekaar door dik en dun. Het starten van een doctoraat hoeft dus zeker geen doodsvonnis te zijn voor je relatie.

4. Het is geen echte job

“Wacht maar tot je voor een baas moet werken. Dan zal je eens weten hoe het is om een echte job te hebben. ’t Zal gedaan zijn met het plezier, en ’t zal gedaan zijn met zelf je uren te kiezen.”

Meer genuanceerd: het is niet omdat je iets doet dat je graag doet, dat je niet aan het werk bent. Als je gepassioneerd met iets bezig bent, voelt het niet als een verplichting aan. In mijn doctoraat kan ik voor een groot deel de inhoud van mijn werk en het tijdstip waarop ik mijn werk doe zelf kiezen. Maar ik zie mijn doctoraat wel nog steeds als een job. Een hele leuke job, dat wel. Voordat iemand me dit zei was het nog nooit bij me opgekomen dat mijn job niet echt zou zijn, aangezien mijn inkomen wel echt is. Maak je dus geen zorgen over dit vooroordeel.

5. Een doctoraat heeft geen praktisch nut

“Al die onderzoekers in hun ivoren toren, die zijn met dingen bezig die niet nuttig zijn voor de dagelijkse praktijk.”

Meer genuanceerd: we kunnen alleen maar vooruitgang boeken door voldoende met onderzoek bezig te zijn. Het heeft geen zin om in het wilde weg wat dingen uit te proberen of in te voeren, want zo kunnen we meer kwaad dan goed doen. Onderzoek is net de motor van onze maatschappelijke vooruitgang. Er is ook een verschil tussen fundamenteel en toegepast onderzoek. Bij dit laatste is er zelfs een rechtstreeks verband met de praktijk. Fundamenteel en toegepast onderzoek zijn allebei even belangrijk, en zwengelen mekaar aan. Soms lijkt iets voor een buitenstaander niet echt relevant of veraf te staan van de praktijk. Diezelfde buitenstaanders zijn zich niet bewust hoe haast elk aspect van hun leven mogelijk of duidelijk is gemaakt door onderzoek. Elk onderzoek is dus belangrijk in het grotere geheel. Zonder onderzoek zouden we ter plaatse blijven trappelen.

6. Je doctoreert om professor te worden

“Je werkt aan een doctoraat? Dan moet je binnen een paar jaar professor zijn, niet? Of wat ga je anders doen?”

Meer genuanceerd: je hebt een doctoraat nodig om professor te worden. Maar professor worden is zeker geen vanzelfsprekende volgende stap na een doctoraat. Aan de Vlaamse universiteiten start slechts 28% van alle PhD’s na een doctoraat aan een postdoc traject (cijfers: ECOOM Ugent HRRF 2013). Eens je dat postdoc traject bent binnengestapt duurt het vaak nog jaren voordat je kans krijgt om professor te worden. De meeste mensen met een doctoraat werken buiten de universiteit en komen terecht in de bedrijfswereld of publieke sector.

7. Het moet je enige pure passie zijn

“Amai, je moet echt volledig geobsedeerd zijn door een thema om daar onderzoek naar te doen. Dag en nacht met iets bezig zijn, en dat jarenlang, dat zou ik toch niet kunnen.”

Meer genuanceerd: je moet inderdaad geïnteresseerd zijn in het thema waarop je doctoreert. Als het je helemaal koud laat, en de uitkomst van het onderzoek je kan gestolen worden, dan begin je er beter niet aan. Als je niet een klein beetje gepassioneerd bent door wat je doet, zal je het ook niet volhouden. Maar dat wil niet zeggen dat je geobsedeerd moet zijn door een thema. Je mag gerust verschillende interesses en passies hebben, en je doctoraat daarbinnen kaderen. Ik vind het heel belangrijk dat iedereen voldoening haalt uit zijn job, en eerst een studiekeuze maakt die bij hem of haar past. Daarbij mag je niet gehinderd worden door onterechte twijfels over je eigen kunnen, of foute informatie over je studiedomein. In die zin past mijn doctoraat over de effectiviteit van geïntegreerde STEM-vakken (Science, Technology, Engineering and Mathematics) perfect binnen mijn wens om mensen gelukkig te laten zijn in hun studie en werk.

 

Welke vooroordelen of meningen heb jij al gehoord over doctoreren? En hoe denk je hier zelf over?

Vooroordeel

Bron afbeelding: Unsplash

 

You may also like

Doctoreren Ondernemen
Hoe ondernemerschap onmogelijk wordt gemaakt voor doctoraatsonderzoekers
Visitekaartjes
Pro-tips voor het optimaal gebruiken van je visitekaartje
Wat Doet DJ Khaled
Dit is wat we van de ‘nutteloze’ en ‘ongetalenteerde’ DJ Khaled kunnen leren
Pamela Reif Hunkemöller
Pamela Reif: Instagram-persoonlijkheid en model – Wat kunnen we van haar leren?

Leave a Reply

%d bloggers liken dit: