14
dec
2017
0
Doctoreren Ondernemen

Hoe ondernemerschap onmogelijk wordt gemaakt voor doctoraatsonderzoekers

De carrièrepistes van de doctoraatsstudent

Het is niet zo eenvoudig om een academische carrière uit te bouwen. Wie aan een doctoraat begint, houdt in het achterhoofd dat allerhande carrièrepistes mogelijk zijn. Een academische carrière is één van die mogelijkheden, maar ook een job in de bedrijfswereld, aan de overheid, of een carrière als ondernemer is mogelijk.

Kunnen academici ondernemen?

Dit laatste wordt meer en meer in de verf gezet. En terecht, want mensen die een doctoraatstraject hebben afgelegd hebben de kennis, het doorzettingsvermogen, de capaciteiten om de juiste contacten te leggen,… Een spin-off van het doctoraatsonderzoek kan een beloftevolle piste zijn, maar de generieke vaardigheden die sterk ontwikkeld worden in een doctoraatstraject, komen ook van pas in een ondernemerstraject. Je kunnen verdiepen in een onderwerp, zelfstandig kunnen werken, je project presenteren, netwerken, een project managen, enzovoort.

Moeten academici ondernemen?

Mensen die een doctoraatstraject hebben doorlopen hebben in veel gevallen een gunstig ondernemersprofiel. Ik vind de aanmoedigingen om ‘ondernemen’ als een carrièrepiste te bekijken dus niet meer dan terecht. Vlaanderen zal zich in de toekomst nog sterker moeten profileren als een kenniseconomie, gezien er niet kan geconcurreerd worden met de lageloonlanden. De schat aan kennis en vaardigheden die er uit de universiteiten opborrelt zal dus nodig zijn om onze economie gezond te houden én om innoverende oplossingen te bedenken voor de problemen waarin we als maatschappij mee geconfronteerd worden. Vergrijzing, klimaatsverandering, psychisch welzijn, verkeersproblematiek, vereenzaming,… Academici zullen een cruciale rol spelen in het aanpakken van deze problemen. Dit als kennisleveraars én ondernemers.

Kunnen academici ondernemen? Ja. Moeten academici ondernemen? Ja. Mogen academici ondernemen? … NEEN!

Mogen academici ondernemen?

Mogen academici ondernemen? Neen! Dat lees je goed, het antwoord is neen. Wie ook maar enigszins mee is met de argumenten die hierboven opgesomd worden, vindt dit uiteraard lachwekkend. Ik vind het ook lachwekkend, alleen is het een nogal cynisch lachje.

Ik moet deze bevinding misschien nog wat meer verduidelijken. Doctoraatsstudenten kunnen op verschillende manieren gefinancierd worden. Het grootste deel van de doctoraatsonderzoekers wordt gefinancierd middels een beurs. Dit is een brutobedrag dat maandelijks gestort wordt via de universiteit. Het brutobedrag is laag, maar daar gaat er niet veel vanaf. Het nettobedrag komt dus bijna overeen met het brutobedrag. Op deze manier zorgt de regering ervoor dat doctoraatsonderzoekers goedkope werkkrachten zijn, maar dat de onderzoeker zelf er wel een volwaardig loon aan overhoudt. Een prima regeling, want het maakt doctoreren financieel aantrekkelijk, en de wetenschappelijke output van ons land is groot. Wetenschappelijk onderzoek is een cruciaal element voor de motor van onze welvaart.

Tot zover het mooie verhaal. Wie start met doctoreren gaat door het ondertekenen van het contract akkoord met de regel dat je niet mag bijverdienen met elke activiteit dat ook maar enigszins gerelateerd is aan je onderzoek. In theorie wil deze maatregel vooral verhinderen dat doctoraatsstudenten betaalde lezingen gaan houden of kennis ‘verkopen’ die ze met publiek geld hebben kunnen opdoen. In deze zin is deze maatregel begrijpelijk. Maar in de praktijk komt deze regeling er vooral op neer dat elk ondernemerschap gefnuikt wordt. Wie wil nu het risico lopen om de regeling van de doctoraatsbeurs te verliezen? Wie onderneemt als doctoraatsonderzoeker wordt er dus meestal financieel slechter van.

Oh ja, er wordt wel een ‘genereuze’ regeling voorzien voor een activiteit die helemaal losstaat van je werk of vaardigheden als onderzoeker. Zo wordt uitdrukkelijk de mogelijkheid vermeld om een vergoeding te vragen voor je werk als voetbalscheidsrechter. Het zal je wellicht niet verbazen dat zo’n uitzondering niet leidt tot een spectaculaire verhoging van het ondernemerschap bij doctoraatsstudenten. Noch zal onze economie er op magische wijze van gaan heropleven.

Wie dus aan de universiteit werkt met een doctoraatsbeurs mag niet ondernemen. Je mag niet participeren in vennootschappen, je mag geen zelfstandige zijn in bijberoep, je kan geen start-up lanceren, je mag niet aan consultancy doen,…

Ik ben niet de enige die dit een erg jammerlijke zaak vindt. Ook de oud-rector van de Universiteit Gent Anne De Paepe schreef eerder al een opiniestuk over deze kwestie voor Knack.

Ook vraag vanuit industrie

Vorig jaar woonde ik in het Vlaams Parlement een discussie bij over hoe doctoraatsstudenten een carrière kunnen uitbouwen buiten de academie. Verschillende topvrouwen en –mannen uit de industrie waren aanwezig. De algemene teneur was dat doctoraatsstudenten zeer nuttige vaardigheden hebben opgebouwd, maar dat ze vooral interessant zijn als ze tijdens hun doctoraatstraject ook hebben getuigd van ondernemerschap. Dit zou het ideale profiel zijn. Een verontwaardigd geroezemoes steeg op vanuit het publiek dat vooral uit doctoraatsstudenten bestond. “Meneer,” zei iemand. “Het wordt ons niet toegestaan om een doctoraat te combineren met ondernemerschap. Anders zijn we onze doctoraatsbeurs kwijt.” O ja. Dat is ook waar.

Bang voor profiteren?

De angst voor de profiterende doctoraatsstudent is volgens mij onterecht. Doctoraatsstudenten zijn over het algemeen geen geldbeluste Dagobert Ducks die zich gniffelend in hun berg geld zitten te verkneukelen om hun lucratieve combinatie van een doctoraatsbeurs en winstgevende handeltjes. Om een doctoraatstraject succesvol af te leggen is er heel veel intrinsieke motivatie en doorzettingsvermogen nodig. Wie zich voor een lange periode inzet voor de wetenschap doet dit niet louter uit winstbejag. De combinatie met een zelfstandige activiteit zal volgens mij niet leiden tot de installatie van een profitariaat, maar wel tot gemotiveerde ondernemers die een meerwaarde kunnen betekenen voor de maatschappij.

Doctoreren rijmt wel op ondernemen

Doctoreren rijmt taalkundig gezien dan wel niet op ondernemen, in de praktijk zou dit mogelijk moeten zijn. Ik pleit daarom voor een herziening van het doctoraatsstatuut. Zo zou ondernemen wel uitdrukkelijk toegestaan moeten zijn voor doctoraatsstudenten. Enerzijds kan er de beurs bestaan, en anderzijds zou er een mogelijkheid moeten zijn om zelfstandige te zijn in bijberoep.

Ik pleit voor een herziening van het doctoraatsstatuut

Mijn conclusie is dat we als academici kunnen ondernemen, dat verschillende academici dit ook zouden moeten doen, maar dat we dit niet mogen. Een herziening van het doctoraatsstatuut is dus dringend nodig, willen we ons als kenniseconomie verder op de kaart zetten.

Doctoreren Ondernemen

Photo by Andrew Neel on Unsplash

You may also like

doctoreren
Wat moet je doen als je je doctoraat zo beu bent als koude pap?
Academics Summer
10 dingen die elke doctoraatsstudent herkent in de zomermaanden
succesvolle website maken
Het moeilijkste aan een succesvolle website maken
Ontslagen wat nu
Ontslagen, wat nu? Dit kan je helpen om met je ontslag om te gaan.

Leave a Reply

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

%d bloggers liken dit: