5
okt
2018
0
Mandalay Bay

Ik maakte de aanslag in Las Vegas mee | Mijn persoonlijke getuigenis

Ik heb al vaak het bedenkelijke genoegen gehad om op het verkeerde moment op de verkeerde plaats te zijn. Dit tot hilariteit van vrienden en collega’s, die ik al meerdere malen mocht trakteren op een straf verhaal. Meestal is de entertainmentwaarde hoger dan de geleden schade. Maar soms ook niet. Vandaag wil ik een verhaal kwijt over iets wat ik ongeveer een jaar geleden samen met mijn man meemaakte.

Vorig jaar waren wij in Las Vegas op het moment dat een aanslag plaatsvond waarbij meer dan 50 mensen het leven verloren. Dit verhaal past niet echt binnen de reguliere thema’s van mijn blog, maar het is wel de plaats op internet waar ik zelf controle over heb. Ik deel dit verhaal ook bewust een jaar na de aanslag, en niet vlak erna, omdat ik geen sensatiescenario’s wou. Nu is het moment gekomen waarop ik het verhaal wil delen met mijn lezers.

Van New York naar Las Vegas

New York Brooklyn Bridge

In het najaar van 2017 hadden Bram en ik een leuke reis gepland. Eerst gingen we een week in New York vertoeven, en daarna zouden we doorreizen naar Las Vegas om ons een paar dagen te vergapen aan casino’s en spetterende shows. Ons verblijf in New York was heerlijk, en we keken vol verwachting uit naar het decadente en ietwat foute Las Vegas.

De vlucht van New York naar Las Vegas behoort niet tot mijn meest aangename vluchten ooit. Naast mij zat een aangeschoten vrouw die voortdurend sterke drank bijbestelde omdat ze voor haar verjaardag in Vegas ging feesten. De luidruchtige gesprekken met haar al even aangeschoten vriendin lieten er geen twijfel over bestaan: mensen gaan naar Las Vegas om eens goed de bloemetjes buiten te zetten. Ah, wat had ik anders verwacht van Sin City. Toch was ik blij toen de wielen van het vliegtuig de grond raakten na die vermoeiende vlucht. Eindelijk, de lichtjes van Las Vegas!

Luchthaven Las Vegas

Vervoer naar het hotel

Het was bijna 22u toen we op zondagavond 1 oktober naar ons hotel wilden op The Strip. We waren van plan om een pendelbus te nemen die van de luchthaven naar The Strip reed. Vlak voordat we een kaartje wilden kopen, zei de man aan het loket dat hij voorlopig geen kaartjes meer verkocht omdat het busje toch niet ging vertrekken. Er waren berichten binnengelopen over een shooting, en dan werd de route die de pendelbus normaalgezien nam afgezet door de politie. Heel vervelend, maar niets bijzonders. Dat gebeurde af en toe wel eens, en we konden beter een taxi nemen, want tegen dat de wegblokkades opgegeven zouden worden, konden we al snel drie uur verder zijn, aldus de man.

Een beetje verbouwereerd door zoveel achteloosheid bij het bericht over een shooting, wandelden we met onze valiezen naar een taxi. Ik vroeg de man in de taxi naar de shooting. “Ja, ik heb het gehoord, dat gebeurt hier wel vaker. Je moet hier niet mee inzitten! Meestal zijn het rivaliserende drugsbendes die op mekaar beginnen te schieten. Heel vervelend, maar niet gevaarlijk als je uit de buurt blijft.” Nauwelijks enkele minuten later zag ik de hotels van The Strip, met de lichtstraal die uit de top van het Luxor hotel de nacht inscheen. Daarnaast lag ons hotel: het Excalibur hotel. Ons hotel is een bijzonder kitscherige uitvoering van een kasteel, en is vernoemd naar het zwaard van koning Arthur.

Excalibur

Ik krijg maar weinig tijd om me te vergapen aan de gigantische en opzichtige hotels, omdat we moeten stoppen voor ziekenwagens met loeiende sirenes. Niet één, niet twee, maar een stuk of 30. “Zoveel ziekenwagens heb ik hier nog nooit gezien,” zegt de chauffeur, die zichtbaar ongemakkelijk wordt. We zien ook allemaal mensen in cowboykleren over de weg lopen. “Het lijkt erop dat ik niet volledig bij jullie hotel zal geraken. Ik zet jullie af aan hotel Tropicana, het hotel dat vlak voor hotel Excalibur ligt. Wandel over dat kleine brugje daar, en je komt automatisch uit bij Excalibur,” zegt hij ons. We stappen uit op de parking van hotel Tropicana, betalen de chauffeur en nemen de koffers aan. Op dat moment gebeurt alles tegelijk: de chauffeur stapt in en rijdt aan een rotvaart weg, we horen ijzingwekkend geschreeuw, en zien mensen in bebloede t-shirts voorbij rennen.

De vlucht

Perplex slaan we het tafereel gaande, tot we horen wat de mensen roepen: “er wordt op ons geschoten, wegrennen!!!”  “Active shooters!” “Shooting, shooting, shooting!!”. We zien mensen zonder kleren, we zien mensen onder het bloed, we zien huilende en schreeuwende mensen. Allemaal lopen ze met doodsangst op hun gezicht hotel Tropicana binnen. Ik schreeuw tegen Bram: “SNEL NAAR BINNEN!” Het ene moment zitten we in een taxi, en het andere moment zitten we middenin een aanslag. Ik loop richting de ingang van het hotel, kijk om of Bram mee is, maar ik zie dat hij mij niet volgt. “Wacht, ik zit hier met de valiezen,” roept hij naar me. “LAAT VERDOMME DIE VALIEZEN ACHTER, LOOOOOOPEN!!!!” schreeuw ik. LOPEN, LOPEN, LOPEN!!

Ik voel me zo gefrustreerd omdat ik ons in veiligheid wil brengen, en Bram vertraagd wordt door die valiezen. Tegelijk merk ik dat ik mij schrap zet om eventuele kogels te incasseren. Ik voel mij uiterst kwetsbaar in dat zachte lichaam dat geen kans maakt tegen kogels. In blinde paniek sleur ik Bram met de valiezen mee in het hotel, ondertussen hopend dat ik geen plotse pijn in mijn rug voel. Ken je dat gevoel toen je kind was, dat je aan het lopen bent met een tikker achter je, en weet dat je elk moment getikt kan worden? Dat gevoel van anticipatie van een aanraking die er kan komen? Zo voelde het, maar dan met veel meer op het spel. Je verwacht zo hard iets te voelen, dat je het ook bijna fysiek in je rug voelt prikken.

We lopen de lobby van het hotel binnen, dat tegelijk een casino is. Ik zie mensen wanhopig een verstopplaats zoeken, en besluit dat we ons ook zo snel mogelijk moeten verbergen voor de schutters, omdat we verwachten dat die elk moment het hotel kunnen binnenkomen. We lopen door naar een rustige hoek in het casino, en verstoppen ons achter een gokautomaat. Ik ben woedend omdat hij de valiezen wou meenemen, en zo met zijn eigen leven speelde. Wat als ik hem kwijtraakte? Ik word misselijk bij de gedachte. Tegelijk besef ik dat de situatie bijna lachwekkend cliché is: we verstoppen ons in Las Vegas achter gokautomaten tegen dolle schutters. We hadden zo op een filmset kunnen zitten. Er gebeurt een hele tijd niets. Het is stil in het hotel, al weten we dat er met ons nog tientallen of misschien wel honderd mensen het hotel zijn binnengelopen. Ik zit nog steeds gehurkt achter het gokautomaat. Mijn oren gespitst, klaar om elk moment weg te spurten.

De stilte voor de storm

Na een tijd komen de mensen uit hun schuilplaatsen tevoorschijn. De schutters zijn blijkbaar niet in het hotel binnengelopen. Wij durven ook vanachter het gokautomaat vandaan te komen, en wandelen naar boven op een tussenverdieping van het hotel. Daar zijn uitgestorven restaurants, en komen mensen samen om hun geliefden te zoeken die ze tijdens de vlucht zijn kwijtgeraakt. Er is niemand van het personeel te zien. Alle hotelgasten hebben zich teruggetrokken op hun kamer. De enige mensen die in het hotel rondlopen zijn de mensen die het hotel binnengevlucht zijn, of de mensen die toevallig aan het gokken waren in het casino. Ik vraag een vrouw die er uiterlijk kalm uitziet of we naar een veilige plaats kunnen. Ze zegt dat de kamers zijn afgesloten, en dat we op onszelf zijn aangewezen. De vrouw vraagt of we niet gewond zijn, en vraagt waar we vandaan komen. Ik leg uit dat we net geland zijn, en dit hotel zijn binnengevlucht. We maken kennis met haar man, en wat andere mensen die bij hun groepje horen. Samen met die mensen besluiten we om ons in de zetels op een gang te zetten die bij een cafetaria horen. Zo houden we overzicht op een belangrijke ingang, en hebben we meteen een ontsnappingsroute.

Deze mensen vertellen ons wat zij weten: ze waren op een country festival op een weide vlak naast het Tropicana hotel, en overal rond hen werden mensen doodgeschoten. Ze zijn met een heleboel anderen hotel Tropicana ingevlucht. Vandaar alle cowboylaarzen, cowboyhoeden, geruite hemdjes en jeansshortjes. Ik besef dat het surrealistisch is om ons met een heleboel doodsbange cowboys in een hotel te verschuilen. Maar die mensen zijn zelf zo rustig dat ik er ook kalm van word. Ze zeggen ons dat er meerdere schutters zouden rondlopen, en dat we erg waakzaam moeten zijn omdat het hotel meerdere ingangen heeft. Ze kunnen het hotel daarom ook niet afsluiten. Ondertussen roepen mensen rondom ons dat er schutters in hotel New York New York zitten, en dat er ook sprake zou zijn van een bomauto. Er zouden ook schutters in ons hotel binnengekomen zijn. Ik moet denken aan de aanslagen in Parijs en huiver. Op dat moment lijkt het voor ons hetzelfde scenario: meerdere groepjes gewapende mannen zaaien overal terreur.

Ondertussen blijven er mensen toekomen, en ze spreken allemaal over veel doden en honderden gewonden. Veel mensen huilen, sommigen schreeuwen, anderen zijn ijzingwekkend stil. Ik vraag waarom er zoveel mensen zonder bovenkledij binnenkomen. “Die hebben ze op de doden gelegd,” klinkt het. Een man passeert met zijn gezicht onder het bloed. Ik weet niet of het zijn bloed is. We spreken af om stil te zijn, en erg waakzaam te blijven. We willen het namelijk horen als er schoten weerklinken.

Na een tijdje zo gezeten te hebben realiseer ik me dat dit waarschijnlijk nieuws over de hele wereld is. In België is het op dat moment ochtend, en ik wil onze familie geruststellen dat we nog leven. Dus ik begin een mail te typen. Het is kort voor mijn doen:

Dag iedereen

Net aangekomen in Las Vegas.
Er is hier een grote shooting aan de hand.
We zijn naar binnen gevlucht in hotel Tropicana.
Hebben gewonde en bebloede mensen gezien.
Er zijn al tientallen doden gevallen als we het hier horen.
We hebben ons hier verstopt, het kan een terroristische aanslag zijn.
We zijn doodsbang, iedereen loopt in paniek en al wenend rond.
We zullen heel voorzichtig zijn en we houden heel veel van jullie.

Liefs, Bram en Haydée

Paniek

De tranen staan in mijn ogen als ik de laatste zin typ, omdat ik bedenk dat ik het extreem belangrijk vind dat ze dit nog zullen lezen als we er zelf niet levend uitkomen. “Verdorie, waarom denk ik zulke dingen,” berisp ik mezelf. Maar ik weet dat het waar is. Ik duw op ‘verzenden’, als ik plots weer geschreeuw hoor. RUN RUN RUN RUN!!!! Mensen staan op, beginnen te schreeuwen, duwen mekaar uit de weg, lopen over mekaar heen. RUN RUN RUN!!! “Het is zover,” denk ik. Nu gaan we misschien dood. Ik spring recht, mijn iPad nog in mijn hand van de mail te versturen, en ik loop naar een half opgetrokken muurtje dat onze zitplaats van de gang scheidt. Ik heb geen tijd om naar de normale ingang te lopen, en bovendien zou dit me richting de schutters leiden. Doodsangst geeft je ongekende kracht, want ik slaag erin om erover te springen. Enfin, ik spring er half tegen, rol erover en val aan de andere kant op de grond. Ik krabbel recht, en sprint zo hard weg dat ik opnieuw val. Blijkbaar heb ik op een of andere manier nog steeds mijn iPad vast, want die valt uit mijn hand. Ik voel dat ik gewond ben, maar ik weet niet waar precies, en ik weet ook niet waarvan. Het enige wat ik weet is dat ik zo snel mogelijk moet rechtkomen en opnieuw moet beginnen lopen. Mijn maag is een baksteen en in mijn mond proef ik metaal. Achter mij staat een man die ervoor zorgt dat andere mensen me niet vertrappelen. Hij helpt mij recht. Hij is de verpersoonlijking van liefde, het is mijn lief. Ik ben zo dankbaar en doodsbang tegelijk. Ik zet me opnieuw schrap voor als ik kogels in mijn lichaam zou krijgen. We lopen weer verder, en er ontstaat een ontstopping voor de enige ontsnappingsroute. Een zwaar obees koppel verspert de doorgang naar een roltrap waar ze zelf nauwelijks af geraken.

Ik voel een irrationele woede opborrelen: “Je meent toch niet dat we hierdoor gaan doodgeschoten worden?” Ik kijk in het wilde weg rond me op zoek naar een andere ontsnappingsroute. Die is er niet. Bram en ik lopen twee meter terug, en verschuilen ons achter een zuil. Ik ben zo kwaad. Kwaad op de schutters, kwaad op het hotel, kwaad op Las Vegas, kwaad op alles, kwaad op onszelf. Wie neemt er verdomme een taxi en stapt af aan een aanslag?? Moeten we nu echt zo aan ons einde komen?? Gelukkig hebben we New York al gehad. Maar toch, ik wil zo graag blijven leven! Om mezelf te kalmeren beeld ik me in dat het achter de rug is en we het overleefd hebben. Ik wil niets liever dan dat die nachtmerrie stopt. Maar ik word alleen kwader. Ik ben zo kwaad omdat we misschien wel zullen sterven op vakantie, en dan nog op zo’n stomme plaats als Las Vegas. Even plots als de paniek ontstond, keert de rust weer. Vals alarm. Mensen komen uit hun schuilplaatsen tevoorschijn. Tientallen mensen komen uit de toiletten, anderen komen uit gesloten horecazaken. Een andere vrouw is bij Bram en mij komen staan. Ze huilt. Op dat moment beginnen mijn benen onbedwingbaar te trillen, en lopen de tranen over mijn gezicht. De kwaadheid is weg, de onmacht en het verdriet nemen de overhand. Bram troost me. Ik begin nog harder te huilen. We wandelen terug naar onze oorspronkelijke zitplaats, en een andere vrouw neemt me vast en troost me. Ik denk dat ze ook huilt, maar ik weet het niet meer. “Mijn moeder is dood, hoor ik iemand zeggen.”

De lockdown

Ik zit terug neer in de zetel waar ik ook zat voor de paniek uitbrak. Ik zie een vrouw versteend onder tafel zitten. Ze kan geen woord meer uitbrengen, en ze reageert niet als mensen iets tegen haar zeggen. Sommige mensen (zoals ikzelf) vluchten weg, anderen verstijven en kunnen niks meer doen. Het is een prima illustratie van een bekend fenomeen, bedenk ik. Ik ben opnieuw kalm, maar heb wel overal pijn. Bram zet iets op Facebook, om veel mensen tegelijk te laten weten dat we op dat moment veilig zijn. Ik kan weer helder nadenken, en bedenk dat het grootste probleem de paniekgolven zijn. Vanaf dat één iemand begint te lopen, begint iedereen te lopen, en verwonden mensen zich. Door de paniek kunnen mensen vertrappeld worden, en kunnen er mensen verwondingen krijgen of sterven zonder dat er één schutter in de buurt is. Ik zeg tegen de mensen rond me dat iedereen op een gedempte toon moet spreken, en dat niemand mag beginnen lopen zonder reden. Een beetje bazig, maar wel nodig, vind ik.

Er loopt een jonge vrouw voorbij op de gang, en ik zeg wat geërgerd dat ze moet stoppen met lopen, omdat ze zo paniek veroorzaakt. Een andere vrouw sust me: “stil maar, ze loopt weg omdat haar moeder is neergeschoten, en ze gaat naar het hospitaal.” Ik voel me meteen schuldig. Wat vreselijk. Ik hoop maar dat ze het niet gehoord heeft. Ondertussen horen we dat het hotel aan alle kanten is gesloten, en dat het hotel in lockdown is, net als andere hotels op The Strip.

De afzondering

Alle kamers worden doorzocht door militairen, en als het zeker is dat er geen schutters aanwezig zijn, worden alle mensen samengedreven aan het einde van de gang. Daar worden we één voor één gefouilleerd, alvorens we in een afgesloten congreszaal naar binnen worden geleid. Bram en ik zijn de vreemde eenden in de bijt, omdat wij valiezen bijhebben. Onze valiezen worden volledig binnenstebuiten gekeerd, en zelf worden we ook grondig gefouilleerd. Ik word door een fors gespierde zwarte man in burger gefouilleerd. Er is op dat moment geen tijd voor ‘vrouwen door vrouwen’ en ‘mannen door mannen’ fouille. Door mijn verwondingen doet dat veel pijn, en ook al wil ik helemaal niet wenen, toch springen de tranen opnieuw in mijn ogen. De man ziet het, en geeft me een geruststellend kneepje in mijn schouder, alvorens hij mij doorlaat. Ik vind Bram terug, en ga met hem naar beneden, de congreszaal in.

Bij het binnenkomen krijgen we handdoeken en water. Het is dan ongeveer 2u ’s nachts. We zoeken een plek uit, en zien de congreszaal voller en voller worden. Uiteindelijk zitten we er met ongeveer 1000 andere mensen vast voor enkele uren. Daar is de solidariteit heel groot. Mijn hart breekt als ik van mensen hoor dat hun geliefde of familie is neergeschoten. Verschillende mensen zijn bebloed, en ik zie ook een lege bebloede rolstoel staan. Het verdriet en het gehuil zijn hartverscheurend. Ik besluit om me neer te vlijen tegen de valies, en wat uit te rusten. Want ik voel dat ik emotioneel en fysiek uitgeput ben. Ik kan mijn been maar moeilijk plooien, wat resulteert in iemand die erover struikelt. Ik trek bleek weg van de pijn, en krijg meteen twee zware pijnstillers toegestopt van het groepje naast mij. Via de media krijgen we stilaan zicht op wat er zich heeft afgespeeld. Blijkbaar was er maar sprake van één schutter, in plaats van groepjes schutters. En er was geen bomauto. Ik realiseer me dat we waarschijnlijk geen rechtstreeks gevaar gelopen hebben, en dat we alleen de paniekgolven hebben meegemaakt. Alle informatie krijgen we van de buitenwereld. Ik check Belgische nieuwssites om meer te weten te komen. We worden ook gebeld door iemand van Het Laatste Nieuws, maar we gaan het gesprek niet aan. Ze weten duidelijk al meer af van de feiten dan ons, en het enige wat wij kunnen vertellen zou toch sensatienieuws zijn. De pijnstillers beginnen goed te werken, en ik voel me wat suf. Ondertussen beantwoord ik ongeruste vragen van vrienden en familie, en check ik verder sociale media en nieuwssites. De batterij van mijn iPad loopt snel leeg, en ik spreek af om alleen nog met mijn broer te videochatten, zodat hij de rest van de familie op de hoogte kan brengen. Op deze manier hoop ik de volledige nacht door te komen met mijn batterij. Contact en nieuws van de buitenwereld is op dat moment belangrijk, want het is enige aanknopingspunt dat we hebben in die congreszaal.

Opnieuw valt me de solidariteit op. Iedereen helpt elkaar, en iemand vraagt me bezorgd of ik soms alleen ben als ik in de rij van het vrouwentoilet sta aan te schuiven. In de toiletten zie ik voor het eerst mijn kneuzingen en schaafwonden. Maar de pijnstillers werken, en ik prijs me gelukkig dat ik er zo vanaf ben gekomen. Ik begeef me weer onder de cowboys en andere passanten.

Op een bepaald ogenblik komen er militairen in de zaal patrouilleren onder luid applaus. Een hoge piet komt de zaal toespreken, en voor het eerst verschijnt er weer een glimlach op mijn gezicht. Dit is zo Amerikaans. God wordt er veelvuldig bij betrokken “If God allows us, we will survive this tragedy. God bless us all. God bless the army, God bless America.” De acties van de militairen worden geprezen, en er volgen nog wat patriottistische zinssneden. De toespraak wordt besloten met de mededeling dat we Las Vegas een eerlijke kans moeten geven als toeristen, en ons oordeel niet op die nacht mogen baseren. Tegen 7u ’s ochtends wordt de lockdown opgegeven, en kunnen we eindelijk naar ons hotel.

De check-in bij hotel Excalibur

Daar aangekomen worden we opnieuw tegengehouden. Ze vertrouwen niet dat we willen binnengaan in het hotel, en ons kamernummer niet kunnen zeggen. We maken duidelijk dat we nog niet ingecheckt zijn. “Dan weet ik niet of je wel naar binnen mag.” Op dat moment kan ik wel janken van vermoeidheid en frustratie, maar ik houd me sterk, en vraag nogmaals vriendelijk of we alstublieft naar binnen mogen, omdat het een lange nacht geweest is. Uiteindelijk mogen we door. De receptioniste is niet onder de indruk van mijn uitleg waarom we te laat zijn, en zegt ons meteen dat we toch alle overnachtingen zullen moeten betalen. Het kan me niet schelen, ik wil zo snel mogelijk naar onze kamer.

Ik neem voorzichtig een douche, en daarna zetten we de tv aan om het nieuws te volgen. Zo wordt het ons volledig duidelijk wat er zich heeft afgespeeld. Blijkbaar zat er een schutter op het 32ste verdiep van Mandalay Bay, en schoot hij vanuit zijn hotelkamer op het festivalterrein waar een country festival aan de gang was. Heel wat mensen die op het festivalterrein waren zijn weggevlucht, en hotel Tropicana binnengelopen. En bij die groep hebben wij ons aangesloten toen we werden afgezet door de taxi. Ik probeer wat te slapen, maar het lukt niet door alle emoties en gebeurtenissen die door mijn hoofd spoken. Ik word overspoeld door dankbaarheid omdat we niets ernstigs hebben, en omdat ik Bram niet ben kwijtgeraakt. Zo brengen we nog een aantal uren door, tot we opgebeld worden door een vrouw van de reisorganisatie. Ze vraagt ons of we ongedeerd zijn, en of we terug naar huis willen. Maar we kiezen ervoor om in Las Vegas te blijven. We zijn hier nu toch.

Mandalay Bay

Mandalay Bay, het hotel van waaruit de schutter opereerde

Vlag halfstok Las Vegas

Het Tropicana Hotel

De rest van ons Las Vegas bezoek

De volgende dagen houden we het rustig omwille van mijn verwondingen, en omdat we niet in de stemming zijn voor wild feestgedruis. We doen wel de typische Las Vegas-dingen zoals in casino’s spelen, de hotels en winkels bezoeken, en een show bijwonen.

Hoe verder we op The Strip wandelen, hoe minder mensen met de gebeurtenissen bezig zijn. Het is bevreemdend om te zien hoe het leven gewoon doorgaat, ondanks de tragedie die zich heeft afgespeeld. Ons besluit om in Las Vegas te blijven, helpt ons om toch nog positieve herinneringen over te houden aan deze stad. Maar bovenal zijn we bedroefd om de slachtoffers, en dankbaar omdat we nog bij mekaar zijn.

Las Vegas

You may also like

Bloggen over werk
Over mijn blog, persoonlijke ambities, en kleine gelukjes
Liebster Award 2018
10 persoonlijke vragen beantwoord – De Liebster Award
Hits jaren 2000
50 nummers die mijn tienerjaren doen herbeleven – Hits jaren 2000
Blog opbrengen
Wat heeft mijn blog me in één jaar opgebracht?

2 Responses

    1. Haydée

      Merci Aileen! Het was inderdaad heftig om dit mee te maken. Maar ik ben wel heel blij dat we er zonder ernstige gevolgen uit zijn gekomen.

Leave a Reply

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

%d bloggers liken dit: